Samenvatting
Tijdens de Libanese expeditie van 2002 hebben negen speleologen van Spekul de grotten van Jeita, Afqa en Faouar Dara verkend. In Dara, de diepste grot van het Midden-Oosten, werd in het stroomafwaartse deel van de hoofdgrot een nieuwe gang van 320 meter ontdekt, genaamd „Spekuls’ Inlet“. Deze loopt in oostelijke richting en eindigt 600 m recht onder de ouadi in het ingangsgebied. Dankzij de lage waterstanden konden we de laatste ‘sump’ verder verkennen; drie natte kruipstukken met daartussen een galerijpassage komen uiteindelijk uit op een 15 m brede ‘echte’ sump. Dicht bij de belangrijkste bron van Afqa maakte het vrijmaken van een vernauwing plaats voor zo’n 150 m typisch Afqa-doolhof dat eindigt op een andere vernauwing. Tijdens de doortocht door de Jeita-grot werden foto’s gemaakt in de Chaos Chamber.



Inleiding
Faouar Dara is vandaag de diepste grot van het midden Oosten en was ooit de nummer zes van de wereld. Het diepste punt werd bereikt tijdens de glorierijke jaren zestig door de Spéléo Club du Liban (SCL). De lager gelegen ingang is de perte van een tijdelijke rivier, de Ouadi al Manzoul, verder zuidwaarts in de vallei bevindt er zich een tweede ingangsput (zie voorpagina). De grot komt uit op een collecteur die zowel stroomopwaarts als –afwaarts kan gevolgd worden tot op sifons. De Puits Sami (P116) is de diepste van een reeks putten, die de exploratie in vroeger jaren serieus bemoeilijkte. De tussenliggende brede meanders bevatten talloze en vrij diepe bassins, die extra materiaal of kledij vereisen. Het geheel geeft een zeer ruime en popere indruk en de ondergrondse rivier is prachtig. Hoewel de exploratie in de jaren zestig uiterst moeilijk is geweest, moet dit voor de toenmalige verkenners een prachtige première geweest zijn, waar ze tot op heden nog vaak over vertellen. Hoewel we reeds zeven jaar actief zijn in Libanon en de grot goed beschreven is, werd onze interesse in Faouar Dara slechts recent gewekt, tijdens een bezoek in 2001.
History of Exploration
1955: Ontdekking van de grot door Sami Karkabi (SCL)
1957: SCL bereikt -225m, een record voor het Midden Oosten
1961: De grot wordt opgemeten door SCL tot op –250m
1962: Tijdens een “himalayaanse” expeditie die vijf dagen duurt wordt de bodem bereikt op –622m met materiaal dat uit Europa moest worden geïmporteerd
1965: SCL gaat opnieuw naar de fond. De zijrivieren worden verkend en een kleuring met fluoresceïne uitgevoerd
1968: Samen met de Yorkshire Ramblers Club worden de stroomopwaartse galerijen opgemeten en vat men een klim aan onderin een zeer hoge put
1972: Libanees-Belgisch team (SCL-SCB) eindigt op -450 wegens het gebrek aan ervaring van de Belgische deelnemers volgens de ene bron, door gebrek aan tijd volgens de andere
In de jaren ’70 zou een mysterieuze Poolse groep met SRT technieken zijn afgedaald, hoewel slechts 4 spits werden teruggevonden in de ingangszone.1992: Libanees-Frans team equipeert de grot met SRT techieken en maakt een nieuwe topo (-602m, 4km ontwikkeling) en de equipeerfiche.
2000: Libanees Team (ALES): een campagne van meerdere weken. Zij verkennen en hertopograferen het stroomopwaartse deel van de collecteur. Zij constateren dat de windroos op de Franse topo verkeerd is georiënteerd (Noord wijst naar boven in plaats van naar links op de topo). ALES vervangt de mast voor de lier bovenaan de P116, hoewel deze totaal overbodig is voor moderne speleo-technieken. 2001: Libanees-Belgische expeditie (SCL-Spekul) ter gelegenheid van de 50e verjaardag van SCL. Enkele Libanezen gaan tot Camp Tony, Spekul bereikt de bodem, maar er is weinig tijd over voor exploratie. Staalname op verschillende diepte voor de doktoraatsverhandeling van Fadi Nader (KU Leuven).
2002: Belgisch team (Spekul): Verkenning van het stroomafwaartse gedeelte met klimmast en ontdekking van een nieuwe galerij van 320m (Affluent du Spekul).



Dara 02, de rematch…
In September 2001 bereikten vijf leden van Spekul de collecteur van Faouar Dara tijdens een gezamelijke verkenning met SCL. Daar er nog moet gedesequipeerd worden en andere grotten bezocht, was er weinig tijd voor verdere exploratie. Sterk onder de indruk van de pracht van deze grot, besloten we om in 2002 terug te keren. We vermoedden dat er nog veel potentieel was voor verdere exploratie in de laagst gelegen galerijen.
Daar we deze zomer slechts tien dagen ter plaatse waren en we ook nog andere grotten wilden bezoeken, was een goede organisatie en timing nodig. Om herhaling van de logistieke, culturele, organisatorische en politieke problemen die onvermijdelijk samengaan met samenwerking met Libanese clubs te vermijden, besloten we deze keer de verkenning alleen te organiseren en uit te voeren. Dit impliceerde wel dat 240 kilogram materiaal (11 kitzakken met 700m touw, 100 ankerpunten en persoonlijk materiaal voor zeven man) vanuit België moest worden overgevlogen. Twee deelnemers, 300m touw en 10 musketons waren reeds ter plaatse.
We baseerden ons op de Franse equipeerfiche uit 1992 die van goede kwaliteit bleek te zijn. We plantten een tiental nieuwe spits bij, daar het equipement eerder minimalistisch was (en nog steeds is!), vooral op grotere diepte.
De dag van onze aankomst equipeerden we reeds de ingangsputten en bassins, alsook de Puits Sami (P116). De volgende dag gingen twee teams door tot aan de P13 (-400m). Een volgende ploeg eindigde de dag erna op het Plate-Forme Farra (-550). De vierde dag werden de laatste 100m (Cascade Robert) gehangen en werden de plafonds in het stroomafwaartse deel van de collecteur met de klimmast van zeven meter verkend. Verschillende inlets werden uitgeklommen, onder andere een acht meter brede en twee mastlengtes hoge coulee op de linkeroever. Deze coulee gaf toegang tot een schuin aflopende zaal van 60 bij 20 meter, die zich onderaan een enorme put bevond van zeker 100 meter hoog. De echo was er enorm en het licht van onze spot verdween al gauw in het niets. De zaal werd niet getopografeerd omdat er sporen werden gevonden van vroegere bezoekers… De zeer lage waterstand liet ons ook toe “post-sifon” te exploreren. Drie opeenvolgende voute mouillantes met daartussen met zand gevulde galerijen konden gepasseerd worden tot aan een “echte” sifon van 15m breed.
Het was eveneens tijdens deze verkenning dat we rechts een klein stroompje in de rivier zagen lopen dat vanuit een nauwe diaclase in de collecteur liep. Vrij snel leek de doorgang versperd door een grote coulee, waar het water aan de linkerkant onderuit liep. Aan de rechterkant echter gaf een grillige nauwte misschien wel toegang tot het gedeelte achter de coulee. Mocht die te smal blijken, dan hadden we toch alvast het modderigste stuk van de grot ontdekt! Maar we geraakten er, weliswaar vuil, door en kwamen in een lage en nauwe galerij die progressief groter werd. We volgden deze gang over een paar honderd meter zonder het einde te bereiken!
De volgende dag exploreerde één ploeg verder in de plafonds van het stroomafwaartse deel en desequipeerde de klim op de grote coulee. De andere groep (waaronder Lieve, die na drie jaar inactiviteit en het baren van twee kindjes meteen naar –600 ging) bezocht de onderste galerijen, exploreerde en topografeerde de nieuw ontdekte galerij, die in navolging van de typische nomenclatuur in deze grot “Affluent du Spekul” werd genoemd. Na de etroiture volgden een 300-tal meter galerij die zich vooral oostelijk volgens de diaklaasrichting ontwikkelt. Onderweg komt men typische en mooie stalactieten tegen, waar op 1.5m van de bodem, dikke crue-lijnen te zien zijn. Tijdens de exploratie stroomde het beetje water echter zeer langzaam aan een geschat debiet van 0,5 l/sec. Het volgende obstakel was een tremie van een viertal meter hoog, die snel terug op het water uitgeeft. Men kan ook een zeer lage passage doorheen het water blijven volgen. Aan de noordkant van de tremie kan een gemakkelijke klim aangevat worden onder een groot zwart gat, een interessant vervolg dat we maagdelijk achterlieten wegens gebrek aan tijd. De nieuwe galerij eindigt na 320m op een sifon, of eerder een zeer lage voute mouillante. Vreemd genoeg ligt dit punt (600m) onder de ingangszone, wat deze ontdekking samen met zijn vrij grote ontwikkeling interessant maakt. Verdere exploratie van de zone boven de tremie moet zeker overwogen worden.
De negenkoppige groep desequipeerde op ongeveer 12 uur tijd, waarbij we ervoor zorgden dat de spits in de P116 duidelijk gemerkt werden voor zij die na ons zullen komen.Ondanks de nieuw ontdekte galerij in de collector en de mogelijkheden van de klim erin, denken we dat er meer kans is een vervolg te vinden in de hoger gelegen delen (tussen –350 en –500m). Er is behoorlijk meer tocht en de temperatuur is er merkelijk lager. De zaal met de Cascade Emile lijkt erg interessant voor nader onderzoek, alsook de put boven de Cascade Robert.
In de omgeving van de perte zijn dag en nacht (illegale) werken bezig in de zandgroeven en rijden constant vrachtwagens af en aan. Een deel van dit ruwe zand wordt door de rivier meegevoerd en maakt het kamperen aan de eerste ingang zeer onaangenaam. We verbleven tijdens deze expeditie dan ook in de prachtige polje die net achter de tweede ingang ligt, in een oase van rust, op de wespen na. De toegang tot de grot verliep dan ook via deze hogergelegen ingang. Doorgaans zat de helft van het team onder de grond, terwijl het andere deel uitrustte en/of voor proviand zorgde. Afhankelijk van persoonlijke voorkeur werd de grot gedaan in onderpak, neopreen of ponto (sommige Libanese combineerden vorig jaar enkele van deze oplossingen). Eens geëquipeerd kan de grot afgedaald worden in twee uur tijd, op vier tot vijf uur is men terug buiten. Een bivak is daarom niet echt noodzakelijk.


En verder
Bezoek aan de Salle Rouge van Jeita, waarbij ons jongste clublid, de nog geen drie jaar oude Sam zijn speleo-initiatie kreeg (en wat voor één!).
Exploratie in een blazende galerij over een 150-tal meter nabij de grot van Afqa met voorlopig einde op een blazende instorting. We vermoeden een verbinding met het netwerk van Afqa.
Traversee van de grot van Jeita (12 uur), toegang via de tunnel, uitgang in het toeristische deel. Fotografie in de Salle du Chaos.
Deelnemers
Spekul: Vincent Coessens, Lieven De Bontridder, David De Roest, Koen Mandonx, Steve Smeyers, Manuela van Baars, Dorien Verboven, Lieve Verstraeten. Hades: Erik Van den Broek
Starring: Sam Smeyers
Bedanking
Thanks to Karl Willems (Styx) for lending us the equipment, to Pierre Abi Aoun (Wild Expeditions) for the tents, to Sami Karkabi for the topographical details, and to Jean Claude London for proofreading.
Bibliografie
SCB, 1972 : Dara 72
Darne, Fabien & Tordjman Patrice, 1993. Expedition Liban 1992. Al Ouat’Ouate (Revue Libanaise de Spéléologie et de Karstologie) nr 7/8, p26-32
Khalaf Danny, El hawa Fadi, Maalouf Samer & Salem Ghada, 2002 : Houet Fouar Dara : Nouvelle Exploration. The Proceedings of the Middle-East Speleology Symposium, Lebanon 2001, p54-57
Topografie

